Hans Remeeus PA1HR

...vanuit de Gelderse Achterhoek

donderdag
24
jul
Tekst grootte
  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

HF draadantennes

HF-draadantennes


De antennes die ik bij ons vorige QTH gebruikt heb zijn de volgende:

1. Een Inverted Vee van 2 x 20 meter met 30 meter open voedingslijn; geschikt voor alle HF-banden.

2. Een Sloping Dipole van 2 x 5.20 meter met 10 meter open voedingslijn; geschikt voor 14 MHz en hoger.

Antenne en kippenladder bestaan per helft uit dezelfde draad van 2.5mm2, dus zonder overgangen buiten.

Alle metalen materialen zijn van RVS.

De isolatoren zijn van kunststof.

De spreiders van de kippenladder zijn zogenaamde rozenclips van Amevo.

De spreiderafstand is 8.2 cm. Deze spreiders zijn UV-bestendig en zeer sterk.


Zo ziet mijn antennesituatie eruit. De draadantenne is wellicht wat lastig te zien.

De uitschuifbare RVS-mast is ongeveer zes meter lang.

Eén kant van de Inverted Vee gaat naar een vijf meter hoge hardhouten paal aan de voorzijde van het huis.

Deze vrijstaande paal staat in een paalhouder, die ik met beton in de grond vast gezet heb.

Vanaf de houten paal gaat de draad naar het huis en weer terug naar de paal.

In de achtertuin staat een zelfde soort houten paal van vijf meter hoog.

Daar maakt de antenne geen zig-zag vorm, maar gaat hij van de vijf meter hoge houten paal

naar een andere houten paal die drie meter hoog is.

Na lang experimenteren met diverse antennelengtes vind ik dit de meest ideale oplossing.

Zo kan ik in ieder geval 2 x 20 meter kwijt.

De Sloping Dipole kun je slecht zien op de foto; hij valt net achter de mast weg.

Deze gaat van de RVS-mast naar de drie meter hoge houten paal in de achtertuin.


Op deze foto ziet u hoe de Inverted Vee en de Sloping Dipole aan de mast bevestigd zijn.

De Inverted Vee met een plaatje Lexan (Acrylglas), bevestigd aan een RVS-draadeind dat door de RVS-mast gaat.


Aan de onderkant van de mast is een uithouder (ook van Lexan) bevestigd, die tevens als trekontlasting dienst doet.

Hierdoor loopt de open voedingslijn strak naar beneden en blijft hij op een afstand van ongeveer 20 cm van de mast.


Vanaf de trekontlasting gaat het over de dakpannen naar de dakinvoer.


Hier ziet u welke afstandhouders ik gebruik om de open voedingslijn over het pannendak te geleiden.


Dit is een detailfoto van een afstandhouder.

De standoff is 6 cm hoog; er past gemakkelijk kabel in van 8 mm doorsnee.

De metalen haak en de schroef onder de standoff zijn van RVS.

De steun wordt aan de dakpan gehaakt

en door het gewicht van de bovenliggende dakpan blijft de afstandhouder goed op zijn plaats.

Met dit soort afstandhouders kun je coaxkabel en open voedingslijn netjes over het pannendak geleiden,

zonder dat de kabels de pannen raken.

Er zijn ook langere haken en standoffs van 8 cm hoog, maar die zijn niet altijd handig in het gebruik.


Dit is de middenisolator van de Sloping Dipole. Ook hiervoor is Lexan gebruikt.

Het plaatje is wellicht wat groot uitgevallen; het zou ook wat kleiner mogen.

U ziet het: een dubbele trekontlasting!


De voedingslijnen van de Inverted Vee en de Sloping Dipole

gaan via een kunststof ventilatiedakpan naar binnen.

U ziet hier de trekontlasting van de Sloping Dipole, weer met een plaatje Lexan en

met een steun achter een nokdakpan.


Hier nog een foto van de trekontlasting van de Sloping Dipole, met de dakinvoer.


In de shack heb ik een overgang gemaakt van kippenladder naar Twincom kabel.

Deze overgangen zijn ongeveer een meter onder de nok van het dak bevestigd.

Twincom kabel lijkt erg veel op RG-213, maar dan zonder afscherming.

Het is symmetrisch kabel met een impedantie van ongeveer 270 Ohm en een verkortingsfactor van 0.7.

De kern is 2.5mm2, dus zeer geschikt voor wat hoger vermogen.

De plaatjes zijn weer van Lexan.

Voor de overgang gebruik ik verzilverde Amphenol PL-259 en verzilverde Spinner SO-239 connectoren,

zodat de kabels niet snel los kunnen raken en de overgangsweerstand minimaal is.

Wanneer ik wat langer van huis ben en onweer verwacht, dan kan ik de kabels eenvoudig loskoppelen.


Op deze foto ziet u hoe ik de beide Twincom voedingslijnen langs het plafond en de wand laat lopen.

Stevig bevestigd, maar wel binnen handbereik.


Dit is de koppeling van de symmetrische kabel met de twee baluns van DX Engineering.

Deze baluns zijn geschikt voor 10 kiloWatt en zijn in een gegoten aluminium behuizing gebouwd.

Voor de Sloping Dipole gebruik ik een 1:1 balun en voor de Inverted Vee een 1:4.

Maar ik kan ze natuurlijk ook verwisselen, afhankelijk van de toegepaste frequentieband.

Vanaf de baluns gaat hoogwaardig RG-213/U coaxkabel naar de antennetuner.

Deze antennetuner kan zowel a-symmetrische als symmetrische antennesystemen aanpassen.

Ik kan de baluns dus ook overbruggen en de symmetrische voedingslijn

direct - zonder ingebouwde balun - aan de antennetuner koppelen.

Dit laatste geeft het beste rendement, omdat de baluns niet geheel verliesvrij zijn op alle frequentiebanden.

Alhoewel ik het eerste station nog moet horen die het verschil merkt...


Met deze Daiwa CS-401 schakelaars kan ik kiezen tussen twee antennes, twee antennetuners,

een balun, een dummyload of om de drie zendontvangers naar aarde te leggen.


 
Banner