Hans Remeeus PA1HR

...vanuit de Gelderse Achterhoek

woensdag
26
nov
Tekst grootte
  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Algemeen

Vegetarisme

Het begrip vegetarier wordt niet door iedereen op dezelfde manier gedefinieerd. In Amerika noemen mensen zich al vegetariër als ze geen rood vlees eten en ook in een land als Nederland zijn er veel mensen die zeggen: "Ik ben vegetarier, maar ik eet wel vis".

Om het zo gemakkelijk en begrijpelijk mogelijk te maken, zeg ik als vegetarier altijd: "Als het eenmaal gelopen, gezwommen of gevlogen heeft, dan eet ik het niet meer op". Ik ben dus een lacto-ovo-vegetarier.

Normaal gesproken wordt met een vegetarier iemand bedoeld die geen vlees, vis en gevogelte eet (en geen slakken, kikkerbilletjes en sprinkhanen, maar gelukkig spreekt dat meestal voor zich), maar wel zuivel en eieren. Officieel ben je dan lacto-ovo-vegetarier (lacto is Latijn voor melk, ovo voor ei). In de periodiek uitgevoerde voedselconsumptiepeilingen van het TNO en het Voedingscentrum worden vegetariers geschaard onder consumenten die minder dan eenmaal per week vlees eten, of veganistisch dan wel macrobiotisch zijn. Vegetariers, veganisten, macrobioten, het is allemaal een pot nat, denken ze daar. Er zijn natuurlijk grote verschillen tussen deze groepen, maar waarschijnlijk is dat niet meer te kwantificeren als je zesduizend consumenten over hun voedingsgewoonten ondervraagt. Het moet wel heel toevallig zijn wil je daar net een veganist onder treffen.

Veganisten gebruiken helemaal niets van dierlijke oorsprong, dus niet alleen laten ze vlees, vis en gevogelte staan, maar ook gebruiken ze geen zuivel, honing, eieren en materialen van dieren zoals leer wol en zijde.

Macrobioten brengen evenwicht in hun voeding waarbij ze het yin-yang-principe hanteren: vlees, vis, zuivel en eieren zijn erg yin en worden om de reden vaak niet gebruikt of in heel kleine hoeveelheden.

Definitie van een vegetarier

De dikke van Dale definieert een vegetarier als "iemand die zich uitsluitend met plantaardige spijzen voedt" (een veganist dus!) en ook: "iemand die zich alleen onthoudt van spijzen die door het doden van dieren verkregen zijn".

Gelukkig staat er geen straf op wanneer je jezelf vegetarier noemt en je blijkt toch niet zo streng in de leer te zijn als meneer Van Dale zegt dat je zou moeten zijn. Kennelijk heeft iedereen voor zichzelf een andere definitie van het begrip vegetariër en hangt die definitie sterk af van de reden waarom je vegetarier bent geworden.

Is de reden dat je principieel tegen het uitbuiten van dieren bent (veganist), of tegen het doden van dieren (vegetarier) of eet je geen vlees om gezondheidsredenen (wel vis maar geen vlees)?

Vegetariërs die het dierenwelzijnsargument en/of het milieuargument hanteren, zouden in principe ook kunnen overstappen op (een weinig) biologisch vlees.

Het wordt pas een probleem wanneer derden, bijvoorbeeld levensmiddelenfabrikanten of restaurants, producten als vegetarisch aanbieden. Is de kaas op die groentepizza met dierlijk stremsel gemaakt? Is in het puddinkje dat op het vegetarische menu volgt gelatine verwerkt? Gelukkig heeft de Nederlandse Vegetariersbond hier standaarden en twee keurmerken voor ontworpen. Er is een 'Gastvrij voor Vegetariers'-vignet voor restaurants en een 'Geschikt voor vegetariers'-keurmerk dat producenten mogen voeren op hun producten als de Nederlandse Vegetariersbond het product heeft gekeurd op ongeoorloofde bestanddelen.

Een ander probleem met het definieren van wat je onder een vegetarier verstaat, is het interpreteren van cijfers van onderzoeken. Bijvoorbeeld naar de toename van het aantal vegetariers naar aanleiding van de recente crises in de veeteelt. Als je leest dat 2 procent van de bevolking vanwege BSE vegetarier is geworden, lijkt dat heel wat. 2 procent van 16 miljoen inwoners levert tenslotte toch nog altijd 320.000 mensen op. Als dan blijkt dat vegetarier is gedefinieerd als iemand die een of meer dagen per week geen vlees eet (de zogenaamde parttime vegetarier), kijk je toch wat anders tegen zo'n getal aan.

Pesci-vegetariers

Hoe zit het eigenlijk met vegetariers die wel vis maar geen vlees eten? Zij zouden zich misschien pesci-vegetariers kunnen noemen. Vanuit het oogpunt van dierenwelzijn slaat het echter nergens op om geen vlees te eten maar wel vis. Vissen in het wild hebben weliswaar een lekker leventje in de zee gehad, maar de vangstmethoden van vis zijn niet diervriendelijk en ook de manier waarop verschillende vissoorten aan het einde komen is dat niet. En niet voor niets worden de vissen uit aquacultuur door dieren- en milieuorganisaties de "varkens van de zee" genoemd. Soms komen de twee bio-industriemethoden wel heel dicht bij elkaar. Waar eerste varkens boven op elkaar stonden, staan nu de kweekbakken met op elkaar gepropte vis. Het principe is hetzelfde: zoveel mogelijk vlees kweken in zo korte mogelijke tijd. Naar dierenwelzijn wordt alleen gekeken als dat invloed heeft op de uitval of op de kwaliteit van het vlees.

Vegetariers zijn er in alle soorten en maten. De echte eet natuurlijk helemaal geen dood dier. Maar tegenwoordig zijn er twee nieuwe groepen vegetariers te onderscheiden: de parttime vegetarier, die een paar keer in de week lekker geen vlees eet, en de zichzelf vis- of pesci-vegetarier noemende niet-vleeseter. En dat laatste is vloeken in de kerk, want het kan natuurlijk absoluut niet dat je wel dode dieren eet en jezelf toch vegetariër noemt. De vis hoort gewoon thuis in het rijtje dieren dat genadeloos wordt geexploiteerd.

Restaurants en supermarkten

Wanneer je pakweg tien jaar geleden in een restaurant iets zonder vlees wilde bestellen, werd je raar aangekeken en kon je - als je geluk had - een omelet krijgen of een gebakken kaasplak. Tegenwoordig is daar gelukkig veel verbetering in gekomen en staat op het menu van een beetje restaurant minstens een echt vegetarische schotel. Ook veel supermarkten grossieren inmiddels in legio vegetarische schijven met oorspongen varierend van Hamburg tot Java. De oorzaak van het bestaan van deze vele imitaties van vleesproducten, is de gedachte dat vleesets zo gemakkelijk een vegetarisch avontuurtje kunnen beleven zonder dat zij hun kookstijl hoeven aan te passen. Nu kun je over de smaak van bijvoorbeeld vegetarische hamburgers twisten, maar die komt toch al gauw dicht in de buurt van het originele product.

Henny Huisman over vegetarisme: "als vegetarier ben je nooit alleen niet-vleeseter"

Vegetarisme gaat vaak verder dan alleen vleesloos eten. De meeste vegetariers hebben ook oog voor bijvoorbeeld het milieu en de wereldproblematiek. Dat geldt ook voor Henny Huisman: "als vegetarier ben je nooit allleen niet-vleeseter. Je gaat bijna automatisch op dingen letten als de aanwezigheied van conserveringsmiddelen en kleurstoffen, gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen, of er kinderarbied met iets gemoeid is, of er dieproeven voor gehouden zijn. Dat maakt je nog geen geitenwollensokkentype. Dat is een allang achterhaald beeld dat veel mensen van vegetariers hebben. Vegetariers zijn vooral verstandige mensen die nadenken over een heleboel dingen. Ik ben geen actievoerder en geen zendeling. Ieder mens moet zelf zijn keuzes maken. In mijn opinie is er geen derde wereld. Er is maar een wereld - en die is van ons allemaal."

Deze teksten zijn gedeeltelijk overgenomen uit het blad 'Leven'. Dit tweemaandelijkse tijdschrift over vegetarisch eten is een uitgave van de Nederlandse Vegetariers bond. Voor meer informatie over deze bond, kijk op www.vegetariers.nl.

Minder vlees en vis,
kan dat wel?

Minder vlees en vis, kan dat wel? Ja, vlees en vis zijn niet onmisbaar. De belangrijkste voedingsstoffen in vlees, gevogelte en vis zijn eiwitten, ijzer, zink, vitamine B12 en D. Vis, met name de vette soorten, zijn rijk aan vitamine A en belangrijke meervoudig onverzadigde vetzuren. Door de maaltijden zorgvuldig samen te stellen kunnen we deze stoffen ook uit andere levensmiddelen halen.

Eiwitten

Eiwitten in het voedsel zijn nodig om lichaamseiwitten op te bouwen. Deze verschillende lichaamseiwitten hebben ieder hun eigen taak. In de westerse landen eten we gemiddeld zoveel eiwitrijk voedsel dat wat minder veel beter voor onze gezondheid zou zijn. Eiwit zit in alledaagse producten als melk, kaas, eieren, sojaproducten, peulvruchten, ongeraffineerde graanproducten, noten en zaden. Iemand die behalve vlees en vis ook alle andere dierlijke producten uit het menu schrapt, zoals zuivel en eieren, moet ervoor zorgen bepaalde eiwitrijke producten in combinatie met elkaar te eten, bijvoorbeeld peulvruchten met granen. Sojaproducten hoeven niet gecombineerd te worden, omdat ze hoogwaardige eiwitten bevatten.

IJzer

IJzer is een sporenelement dat een belangrijke rol speelt bij de stofwisseling, omdat ijzer nodig is voor transport, overdracht en opslag van zuurstof. Een ijzertekort leidt tot een verhoogde kans op infecties en uiteindelijk tot bloedarmoede. Door dit tekort neemt de hoeveelheid hemoglobine af, waardoor een zuurstoftekort in de cellen ontstaat. Hemoglobine is de rode bloedkleurstof in de rode bloedcellen, die zuurstof vervoert van de longen naar de lichaamscellen. Verschijnselen van een ijzertekort zijn o.a. moeheid, lusteloosheid, hartkloppingen, kortademigheid na inspanning, hoofdpijn en duizeligheid.

IJzertekort kan ontstaan door:

  • te weinig ijzer in de voeding
  • verminderde ijzeropname in de darm
  • abnormaal ijzerverlies door b.v. bloedingen

Plantaardige ijzerrijke voedingsmiddelen zijn:

  • ongeraffineerde graanproducten: volkorenbrood, roggebrood, zilvervliesrijst, gierst en andere volkoren granen(vlokken), volkoren deegwaren, etc.
  • peulvruchten: bruine en witte bonen, erwten, linzen, kapucijners etc.
  • groenten
  • gedroogde vruchten: abrikozen, tutti frutti en vijgen
  • noten, zaden en hiervan gemaakte pasta's
  • bessendranken: vooral zwarte bessendrank
  • (rinse-)appelstroop, huishoudstroop, keukenstroop en melassestroop

IJzeropname

IJzergehaltes in voedingsmiddelentabellen zeggen niet alles, want als het ijzer slecht wordt opgenomen heeft het lichaam er nog niets aan. De opname van ijzer is afhankelijk van de behoefte aan ijzer en van de vorm waarin ijzer in de voeding voorkomt. IJzer komt namelijk in twee vormen voor: het haemijzer en het non-haemijzer. Het haemijzer komt voor in dierlijke voedingsmiddelen (vlees, vis en gevogelte) en is vrij stabiel, waardoor het goed wordt opgenomen. Het non-haemijzer komt voor in plantaardige voedingsmiddelen en is niet stabiel, waardoor het slechter wordt opgenomen. De opname kan echter worden beeinvloed door de samenstelling van de voeding. Positieve invloed op ijzeropname
IJzer uit plantaardige voedingsmiddelen wordt beter opgenomen als deze worden gegeten samen met:

  • Vitamine C rijke producten (!): zoals groente en fruit. Dit is de belangrijkste stimulerende factor. Ook de vruchtenzuren (citroenzuur, appelzuur etc.) bevorderen de ijzeropname
  • Alcohol met uitzondering van rode wijn. Uiteraard is het om andere redenen weer niet wenselijk om het alcoholgebruik te vergroten, waardoor de combinatie met vitamine C-rijke producten de absolute prioriteit heeft

Negatieve invloed op ijzeropname

Zemelen en soja bevatten de stof fytinezuur, die de eigenschap heeft om met mineralen en sporenelementen onoplosbare complexen te vormen die niet direct uit de darm kunnen worden opgenomen. Fytinezuur komt in kleine hoeveelheden in veel plantaardige producten voor. Met name sojabonen (hier zit het in de hele peulvrucht) en granen (hier zit het in de zemel) zijn rijk aan fytinezuur. In brood is het fytinezuur afgebroken door de inwerking van gist, ook bij zuurdesembrood is door het proces het fytinezuur niet meer aanwezig. Een positief effekt van fytinezuur is dat het een vrije radicaalvanger is (bindt schadelijke stoffen zoals b.v.zware metalen). Hoewel de sojaboon geen gunstige invloed heeft op de ijzeropname (en enkele andere mineralen/sporenelementen), zijn sojaproducten als vleesvervanger om diverse andere redenen wel waardevol. Zo is de sojaboon zeer eiwitrijk (van goede kwaliteit!) en het bevat stoffen die hoogst waarschijnlijk bescherming bieden ten aanzien van kanker. De sojaboon leent zich zeer goed voor diverse vleesvervangers zoals tofu, tempeh, sojabrokken en vegetarische burgers. Overmatig en eenzijdig gebruik van sojaproducten kan echter beter voorkomen worden.

IJzer uit plantaardige voedingsmiddelen wordt slechter opgenomen als deze worden gegeten samen met:

  • ei
  • oxaalzuurrijke groente zoals rabarber en spinazie. Bijvoorbeeld spinazie heeft ongeveer 2 mg ijzer per 100 gram waarvan slechts 1% (!) wordt opgenomen
  • melkproducten zoals melk, karnemelk, kaas, vla, yoghurt (vanwege het calcium)· thee en rode wijn. Deze bevatten looizuur dat met non haemijzer onoplosbare complexen vormt
  • koffie, thee, rode wijn en koffie remmen ook nog de ijzeropname als ze een uur na de maaltijd genomen worden
  • losse (tarwe)zemelen
  • sojaproducten

Praktische adviezen voor een betere ijzeropname

  • gebruik bij iedere maaltijd fruit en/of groente
  • gebruik vruchten-, groentesap, kruidenthee, groentebouillon of (bron)water bij of na de maaltijden in plaats van melk, thee, rode wijn, koffie
  • gebruik melk en melkproducten met name tussen de maaltijden in
  • gebruik zo min mogelijk losse (tarwe)zemelen
  • gebruik niet iedere dag kaas en/of sojaproducten zoals tofu, tempeh en sojaburgers als vervanging voor vlees
  • maak ook eens gebruik van peulvruchten of producten op basis van seitan

Voor wie gelden deze adviezen?

Deze adviezen gelden met name voor mensen die een ijzertekort hebben, maar als vegetariër kan het ook belangrijk zijn om ze in grote lijnen op te volgen. Voorkomen is beter dan genezen. Omdat een teveel aan ijzer nadelig is voor de gezondheid is het belangrijk om niet te snel over te gaan op het gebruik van ijzertabletten en dit zeker niet preventief te doen.

Zink

Er zijn ongeveer 200 enzymen bekend waar zink een onderdeel van vormt. Deze enzymen bestrijken een groot deel van de stofwisseling, met name de eiwitstofwisseling. Zinktekort leidt tot een verminderde afweer tegen infecties en tumoren (kanker), gestoorde wondgenezing, huidschilfering, stoornissen in het maagdarmkanaal, verlies van het smaak- en reukvermogen. Zink is ook erg belangrijk voor een goede insulinewerking en daardoor nauw betrokken bij een goede bloedglucoseregulatie.

Zinktekort kan ontstaan door:

  • te weinig zink in de voeding
  • verminderde zinkopname in de darm
  • abnormaal zinkverlies door b.v. operaties, verwondingen, stress, overmatig alcoholgebruik en bij verhoogde bloedglucosegehaltes

Zinkrijke vegetarische voedingsmiddelen zijn:

  • ongeraffineerde graanproducten: met name bij het raffineren van graanproducten gaat veel zink verloren. Volkoren producten bevatten ongeveer 6 x zoveel zink als de geraffineerde graanproducten
  • peulvruchten, noten en zaden
  • melk en melkprodukten

Zinkopname

De opname van zink is afhankelijk van de behoefte en uit dierlijke producten wordt zink beter opgenomen dan uit plantaardige. Eiwitten, citroenzuur en waarschijnlijk ook vitamine C stimuleren de opname. Als remmende factoren zijn hier met name ook weer fytinezuur, looizuur en oxaalzuur van belang (zie stukje bij ijzer).

Vitamine B12

Vitamine B12 is nodig voor de celdeling en de opbouw en instandhouding van de zenuwcellen. Bij een tekort aan vitamine B12 ontstaat dan ook een gestoorde celdeling hetgeen het eerste blijkt bij de deling van de rode bloedcellen, waardoor bloedarmoede ontstaat. De neurologische (d.w.z. het zenuwstelsel betreffend) afwijkingen zijn veel erger omdat er dan onherstelbare beschadigingen kunnen optreden. Daarom is extra aandacht voor vitamine B12 met name van belang voor mensen, die helemaal geen dierlijke producten eten (veganisten).
Gelukkig hebben we maar heel weinig vitamine B12 nodig en beschikken we over een vrij grote voorraad van zo'n 3 a 5 jaar (afhankelijk hoeveel dierlijke producten in het verleden zijn gebruikt!) Vitamine B12 komt voornamelijk voor in dierlijke producten vlees, (vette) vis, gevogelte, eieren en melkproducten.

Vitamine D

Dit vitamine speelt een belangrijke rol in de calcium en fosfaatstofwisseling en is zodoende van groot belang voor de botten en het gebit. Vitamine D wordt in ons eigen lichaam gemaakt, onder invloed van zonlicht. Bovendien bevatten zuivelproducten en eieren vitamine D. Ten aanzien van de melkproducten moeten dan wel de volle of halfvolle producten genomen worden, omdat vitamine D een vetoplosbaar vitamine is. Aan de meeste plantaardige margarines wordt vitamine D toegevoegd, hoewel het geen wettelijke verplichting meer is. Kleine kinderen en hoog bejaarden hebben een extra hoge behoefte aan vitamine D. Dan zijn vaak, in overleg met een deskundige, extra supplementen nodig.

Vitamine A

Dit vitamine is betrokken bij de opbouw van de huid en slijmvliezen. Daarnaast levert het een belangrijke bijdrage aan de weerstand tegen infecties en het zien in schemerdonker. Vitamine A is in vet oplosbaar en komt voor in volle en halfvolle melk en melkproducten en in eieren. Aan plantaardige margarine wordt vitamine A meestal toegevoegd. In groenten en fruit komen carotenoiden voor. Een groot deel daarvan kan omgezet worden in vitamine A. De carotenoiden zijn ook in vet oplosbaar en worden daarom beter opgenomen in combinatie met een vetbron. Groenten roerbakken in koudgeperste olie is mede hierom een uitstekende bereidingswijze.

Meervoudig onverzadigde vetzuren in vis

In visvet komen specifieke meervoudig onverzadigde vetzuren voor. Hoogst waarschijnlijk zijn deze vetzuren verantwoordelijk voor de gunstige effecten van het één tot twee keer per week eten van vis. Tot deze gunstige effecten behoren bescherming tegen hart- en vaatziekten, dementie, diabetes en chronische longaandoeningen. Er is nog meer onderzoek nodig om definitieve uitspraken hierover te doen. Vegetariers kunnen door het consumeren van alfa-linoleenzuurrijke producten zelf deze visvetzuren maken. Alfa-linoleenzuur komt vooral voor in lijnzaadolie, walnoten, walnootolie en in mindere mate in sojaolie. Het is wel belangrijk dat de voeding niet te rijk is aan verzadigde vetzuren (vet uit zuivelproducten), omdat deze de vorming van visvetzuren remmen. Ook de verhouding tussen linolzuur en alfa-linoleenzuur is belangrijk. Uit onderzoek blijkt dat met name olijfolie een goede verhouding tussen deze twee vetzuren heeft, hoewel het geen grote hoeveelheden bevat.

Vleesvervangers

Ter preventie van welvaartsziekten, bijvoorbeeld hart- en vaatziekten, wordt met name een beperking van de vetten rijk aan verzadigde vetzuren geadviseerd. Vlees en zuivel zijn de grootste leveranciers van deze vetzuren. In vleesvervangers op basis van soja, andere peulvruchten en granen komen vooral onverzadigde vetzuren voor, die beschermend werken ten aanzien van hart- en vaatziekten. Door regelmatig vlees te vervangen door een vegetarisch product is het veel eenvoudiger om de verzadigde vetzuurconsumptie te verminderen en dit komt ten goede aan uw eigen gezondheid.

Melkproducten en Calcium

Zuivel, met name kaas, is rijk aan de minder gunstige verzadigde vetzuren, maar ook aan het noodzakelijke calcium. Door bewust te kiezen voor de minder vette melkproducten krijgt u minder verzadigd vet binnen, maar net zoveel calcium als bij de volle zuivel. Veel mensen gebruiken erg veel melkproducten, zeker in de noordelijke provincies van Nederland. De inname van dierlijke eiwitten uit zuivel in Nederland is een van de hoogste ter wereld. Men neemt aan dat we mede daardoor ook de langste bevolking ter wereld hebben (TNO Preventie en Gezondheid; 1998). Zo'n hoge consumptie van melkproducten is zeker niet aan te bevelen, want behalve teveel vet en eiwit, kunnen er ook makkelijk tekorten optreden aan magnesium en ijzer. Gemiddeld zijn 2 of 3 consumpties per dag voor volwassenen voldoende. Met een consumptie wordt een glas, schaaltje of een boterhambelegging kaas bedoeld. Voor uw gezondheid in het algemeen kunt u het beste de ongezoete gefermenteerde/zure melkproducten gebruiken. Deze hebben een positief effect op de darmflora en verhogen uw weerstand. Het is zelfs zo dat hoe meer vlees er gegeten wordt hoe meer melkproducten daar tegenover moeten staan om osteoporose/botontkalking te voorkomen. Minder vlees en voldoende melkproducten is daarom ook erg gunstig voor uw botten. Uit onderzoek blijkt ook dat vegetariers de grootste botdichtheid hebben.

Conclusie

Uit bovenstaande blijkt dat vlees en vis voor het samenstellen van een verantwoorde voeding uit voedingsoogpunt niet onmisbaar zijn, mits rekening gehouden wordt met een aantal genoemde aandachtspunten. Het verminderen van met name de vleesconsumptie is zelfs eerder een voordeel voor uw gezondheid dan een nadeel. Vegetarische vleesvervangers zijn hiervoor een verantwoord alternatief. Daarnaast geldt in het algemeen voor een gezonde voeding dat VARIATIE in de voeding van groot belang is. Eenzijdigheid moet dus voorkomen worden. In het bijzonder geldt dit voor vleesvervangers. Varieer hiermee zo veel mogelijk.

Planetgreen: minder vlees

Is koemelk wel zo gezond?

Melk is simpelweg niet nodig. Behalve calcium bevat het niet veel soeps. De darmenzymen van mensen zijn ook niet gemaakt om melk te verwerken. Veel mensen krijgen idd diarree van melk, en er zijn enorm veel baby's met een koemelkallergie.

"Melk is goed voor elk" en "Joris Driepinter". Slogans die ooit door de zuivelindustrie geintroduceerd zijn. Het doel van deze campagne was duidelijk, er moest meer melk verkocht worden. Tegenwoordig speelt de zuivelindustrie handig in op de mode dat je iets voor je gezondheid moet doen. Er is melk verkrijgbaar met extra calcium (kalk) en zelfs met toegevoegde vitamines. Heeft dat echter allemaal wel zin? Is koemelk wel zo gezond?

Voor sommigen is koemelk erg gezond, voor kalfjes bijvoorbeeld. Voor mensen baby's is moedermelk echter het meest gezonde wat je je kunt voorstellen. Soms is het noodzakelijk om een kind bijvoeding te geven. Moderne melkpreparaten bestaan voor het grootste gedeelte uit koemelkpoeder. Het is wetenschappelijk aangetoond dat veel kinderen allergisch reageren op koemelk producten. Je merkt het vrij snel aan een baby als dat het geval is - het kind is huilerig, heeft veel last van darmkrampjes en meestal ook huiduitslag. Dit is het moment om over te stappen op soja- of geitenmelk producten.

Volwassenen zijn het zuigelingen stadium ontgroeid en hebben geen melk nodig om het lichaam gezond te houden. Melk bevat dierlijke eiwitten en calcium. Om dierlijke eiwitten te kunnen verteren heeft het lichaam calcium nodig. Nu wil het geval dat er in de regel precies genoeg calcium in melk zit om de dierlijke eiwitten daarvan te kunnen verteren. Melk voegt dus, onder de streep, geen calcium toe aan het lichaam. Bij een calcium of kalkgebrek helpen volkoren producten (zilvervliesrijst, volkorenbrood) in de regel beter. Neem in ieder geval nooit kalktabletten in samen met melk.

Koemelk heeft verder de eigenschap dat de reststoffen ervan het lichaam extra belasten. Het geeft verslijming van de luchtwegen, kan darmklachten en huidklachten veroorzaken. En dan kan melk, afhankelijk van de kwaliteit, ook nog een dioxinebelasting veroorzaken waardoor ook de lever het nodige te verwerken heeft. Veel minder reststof problemen geven aangezuurde melkproducten als yoghurt en kwark.

Het is aangetoond dat geitenmelk en geitenmelk producten nagenoeg geen problemen geven. Ook sojamelk kan probleemloos dienen als vervanging van koemelk. En zoals met alles: "Als stoppen moeilijk is, helpt matigen ook al."


 
Banner