Hans Remeeus PA1HR

...vanuit de Gelderse Achterhoek

zaterdag
20
sep
Tekst grootte
  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Geschiedenis

 

Geschiedenis van Zieuwent in de Gelderse Achterhoek

 

In het plaatselijke dialect wordt Zieuwent aangeduid als 't Soewent, dus als "Het Zieuwent". Het Zieuwent was oorspronkelijk niet de naam van een dorp maar van een moerasgebied in het noordwestelijk deel van de latere gemeente Lichtenvoorde en het zuidelijk deel van de latere gemeente Ruurlo.
Dit laatste deel, Zieuwent onder Ruurlo, werd en wordt officieus nog steeds ook wel aangeduid als 't Achter-Soewent, dus als "Het Achter-Zieuwent". Dit Achter-Zieuwent werd in 1932 kerkelijk afgesplitst van de Sint-Werenfridusparochie van Zieuwent. Het werd een eigen parochie, de Onze Lieve Vrouw van Lourdesparochie. Sindsdien dragen Het Achter-Zieuwent en het daarin gelegen dorpje de naam "Marienvelde". Na de gemeentelijke herindeling van 2005 werden Zieuwent en Mariënvelde voor het eerst in hun geschiedenis opgenomen binnen een bestuurlijke eenheid, de nieuwe gemeente Oost-Gelre.

In het midden van de dertiende eeuw liet de graaf van Gelre vanaf het naburige Ruurlose Broek naar het riviertje de Berkel een afwateringskanaal graven, de Grevengracht. Daardoor zakte het waterpeil zodanig dat vestiging in het moerasgebied van Het Zieuwent mogelijk werd. Niettemin bleef het een gebied dat 's winters erg drassig was of zelfs onder water stond. Hier en daar waren hoogten in het land, waarop bewoning mogelijk was zonder natte voeten te krijgen. Op en rond een hoogte die Het Hoenderboom heette ontstond het dorp dat nu Zieuwent heet.

Zieuwent was tot ver in de 20e eeuw een volledig katholieke plaats, waar letterlijk geen andersdenkenden woonden. Het kindertal van de gezinnen in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw was groot, gezinnen met 8 a 10 kinderen waren geen uitzondering. Het was een van de kinderrijkste dorpen van Nederland.

Zieuwent kent het fenomeen van bijnamen. Dit zijn namen die gebruikt worden om naast de 'zondagse naam' om families aan te duiden. De mensen in het dorp zijn veelal onder hun bijnaam beter bekend dan onder hun officiële familienaam. Bijnamen hebben niets met scheldnamen van doen. De bijnamen komen in de regel voort uit oude boerderijnamen (plaatse) of uit vroegere beroepsnamen. Als vroeger een jonge man bij een familie introuwde, veranderde daardoor wel de familienaam maar niet de boerderijnaam. De bewoners bleven bij hun boerderijnaam genoemd worden. Ook zijn er bijnamen die op een vroeger beroep duiden, bijvoorbeeld Sniedas (snijder = kleermaker) of Waevas ( = wever).

In het dorp komen veel dezelfde familienamen voor. Familienamen als Wopereis, Krabbenborg, Spekschoor, Kolkman, Rouwhorst en andere zijn moeilijk te traceren zonder bijnaam. Zonder bijnaam heeft men vaak geen idee over wie je het hebt. In het dagelijkse leven wordt in de regel uitsluitend de bijnaam gebruikt en is men zich de familienaam niet of nauwelijks bewust.

Bron: Wikipedia.

 
Banner